1 tsl12

<        TSL 12 – REDACTIONEEL       >



In dit nummer veel aandacht voor poëzie. We openen met een stuk over de Russische conceptualisten, een avantgardistische dichtersgroepering in Moskou die de laatste tijd nogal aan de weg timmert. Drie dichters van de groep, Dmitri Prigov, Timoer Kibirov en Lev Rubinstein, worden aan de hand van enkele vertalingen van hun werk nader gepresenteerd.

Ongeveer honderd jaar geleden begon het Russische symbolisme. Van de grootste dichter ervan, Aleksander Blok, publiceren we enige vertalingen van de hand van Frans-Joseph van Agt. In dezelfde rubriek gedichten van Igor Severjanin en een verhaal van Fjodor Sologoeb.

De jonge dichter Petr Halmay is een van de interessante nieuwe stemmen in de Tsjechische poëzie na de 'Fluwelen Revolutie' van 1989. In zijn gedichten wordt -een echo van de tijd?- het huiselijke met het kosmische gecombineerd. Kees Mercks maakte en vertaalde een selectie uit zijn werk; van hem is er ook een bijdrage over Jan Amos Comenius die vierhonderd jaar geleden (op 28 maart 1592) geboren werd.

Aandacht voor poëzie (Mandelstam) is er ook in Peter Zeemans artikel over Stalin en de censuur en in de recensies. Twee interviews met Russische literatuurcritici werpen enig licht op de situatie waarin de Russische literatuur zich thans bevindt, een situatie die even chaotisch is als het hele maatschappelijke leven. Tenslotte, als tegenwicht tegen die chaos, het mooie verhaal van de bekende chansonnier, dichter en prozaist Boelat Okoedzjava, 'Het meisje van mijn dromen', dat gaat over het weerzien met zijn moeder na haar terugkeer uit het kamp.

Mei 1992



<        TSL 12       >