< TSL 15 – REDACTIONEEL >

Dit Zuidslavische nummer is het laatste nummer van de vijfde jaargang van TSL. Een
lustrum! Dat we dit bereikt hebben is te danken aan onze medewerkers, die zich allen altijd
belangeloos hebben ingezet, en natuurlijk aan onze lezers, zonder wier abonnementsgelden
en giften de hele onderneming al lang ter ziele zou zijn gegaan. Het is verheugend te kunnen
constateren dat er in het Nederlandse taalgebied genoeg ruimte is voor een literair
tijdschrift dat louter gewijd is aan de literatuur van de Slavische landen.
In dit nummer staat de Zuidslavische literatuur centraal, dat wil zeggen de literatuur
van het gebied dat zich uitstrekt over het vroegere Joegoslavië en Bulgarije. De Joegoslavische
literatuur is nu, net als het land zelf, uiteengevallen in verschillende literaturen,
overeenkomend met lands- en taalgrenzen: de Sloveense, Kroatische, Servische en Macedonische
literatuur. De literatuur van Bosnië en Hercegovina wordt geschreven in het
Servokroatisch; de opdeling van dit gebied zal zonder twijfel ook een opdeling van de
literatuur met zich meebrengen.
Net zoals er in ons land een apart literair tijdschrift bestaat voor de Slavische literaturen
is er ook een aparte prijs voor literaire vertalingen uit die literaturen, de Aleida
Schot-prijs, die eens in de twee jaar wordt toegekend. Dit jaar is de prijs gewonnen door
Reina Dokter, vertaalster van onder meer de 'Joegoslavische' schrijvers Aleksandar Tišma
en Danilo Kiš. Van de laatstgenoemde auteur, die een groot deel van zijn leven in Parijs
heeft gewoond en in 1989 is overleden, plaatsen we een essay dat in feite een felle en
bovendien zeer actuele aanklacht tegen het nationalisme is.
Dit jaar werkt als gastdocent in Amsterdam de Zagrebse hoogleraar Vjekoslav K.
Pranjić. Aan de hand van een verhaal van Nobelprijswinnaar Ivo Andrić laat hij zien dat
'angst en haat' in Bosnië een lange traditie hebben. Verder stelde hij voor TSL een bloemlezing
samen uit de contemporaine Zuidslavische poëzie, waarin alle Zuidslavische literaturen
vertegenwoordigd zijn.
Wat het Zuidslavische proza betreft besteden we onder meer aandacht aan de Sloveen
Drago Jancar, wiens roman Noorderlicht binnenkort bij uitgeverij Wereldbibliotheek zal
verschijnen en aan de Kroatische auteurs Dubravko Horvatić en Davor Slamnig. De schilder
Josip Vaništa haalt herinneringen op aan de grootste der Kroatische schrijvers, Miroslav
Krleža.
De rubriek 'Onbekende Russische Klassieken', waarvan in dit nummer de tweede
aflevering verschijnt, is gewijd aan de 'homo universalis' Vladimir F. Odojevski, een tijdgenoot
van Poesjkin en een van de belangrijkste prozaïsten van de Russische romantiek.
Juni 1993
< TSL 15 >