<       TSL 19 – REDACTIONEEL       >



De bekendste vertaler van Russische literatuur in het Nederlands is zonder twijfel de in 1991 overleden Charles B. Timmer, de bekendste slavist Karel van het Reve. Er zijn er echter heel wat meer, Russen zowel als Nederlanders en Belgen, die zich in deze eeuw verdienstelijk hebben gemaakt voor de verbreiding van de Russische cultuur in de lage landen.

In dit nummer lichten we een tipje van de sluier op. Jana van Eeten is, als eerste, in het archief van Dr. Boris Raptschinsky gedoken, een na de revolutie naar Nederland uitgeweken Rus, die buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht werd. Raptschinsky, vooral bekend om zijn woordenboeken Russisch-Nederlands en Nederlands-Russisch, heeft ook een aanzienlijk aantal publikaties over de Russische geschiedenis en de Russische literatuur op zijn naam staan en was, voor de Tweede Wereldoorlog een van de weinige vertalers die rechtstreeks uit het Russisch vertaalde (onder andere werk van de emigrantenschrijvers Aleksej Remizov en Michail Osorgin). Zijn archief bevindt zich in de 'Bibliotheca Rosenthaliana' in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek, waar we ook de omslagfoto en de foto's bij het artikel aan te danken hebben.

Cees Willemsen is de geschiedenis nagegaan van de vooroorlogse veelvertaler Siegfried van Praag die, naar blijkt onterecht, er nog al eens van werd beschuldigd de Russische literatuur uit het Duits te vertalen. Dat deed in elk geval niet Aleida Schot, die vanaf de jaren dertig veel klassieke Russische literatuur in fraaie vertalingen bij ons heeft geïntroduceerd. Karel van het Reve herinnert zich enkele aanmerkingen die hij had op Schots vertaling van Poesjkins 'De Bronzen Ruiter'. Verder publiceren we correspondentie tussen Aleida Schot en Charles Timmer, waaruit min of meer duidelijk wordt waarom Aleida Schot nooit heeft meegewerkt aan Van Oorschots 'Russische Bibliotheek'.

In de afdeling proza is er aandacht voor Joeri Mamlejev, een hedendaags Russisch schrijver die het bizarre en pathologische niet schuwt. Een hoofdstuk uit de roman van de Tsjechische schrijver Jáchym Topol laat zien hoe sterk de laatste jaren, in ieder geval wat stijl betreft, de Westen Oosteuropese literatuur naar elkaar toe zijn gegroeid. Het lange verhaal van de Kroatische schrijver Miroslav Krleža, 'De slag bij Bistrica Lesna', geschreven in de jaren twintig, sluit naadloos aan bij de oorlog en politieke problemen op de Balkan in onze tijd.

Augustus/September 1995