<       TSL 34 – REDACTIONEEL       >



Schrijvers die in hun eigen tijd razend populair zijn en dus goed verdienen met hun werk worden door latere generaties lezers vaak totaal vergeten. Omgekeerd kan het gebeuren dat een schrijver die tijdens zijn leven zijn werk aan de straatstenen niet kwijt kan, pas na zijn dood wordt ‘ontdekt’ en alsnog zijn lezers vindt. Meestal echter is het lot rechtvaardig en mo- gen schrijvers die ‘eeuwigheidswaarde’ blijken te hebben hun roem nog meebeleven, ook al zullen ze niet zoveel inkomsten genereren als de ‘successchrijver’. Maar die doet dan ook bewust een voetval voor het publiek, voor de ‘echte’ schrijver staat de kunst op de eerste plaats.

De mix van populaire, tijdgebonden en ‘echte’ literatuur is een boeiend facet van het literaire proces in willekeurig welke periode. Literatuur- geschiedenissen beperken zich meestal tot de ‘echte’ literatuur en laten weinig zien van het hele literaire proces, waarin het commerciële aspect een belangrijke rol speelt. In dit nummer van TSL richten we juist daar onze aandacht op. Otto Boele, die het idee opperde hieraan een nummer te wijden, schetst de literaire markt in Rusland aan het begin van de twintigste eeuw. Tolstoj en Tsjechov waren beroemd en verkochten goed, maar ‘De sleutels van het geluk’ van Anastasia Verbitskaja leverde de uitgever aanzienlijk meer op. Maarten Fraanje gunt ons een blik in de financiële huishouding van Tsjechov en diens zakelijke relaties met de bekende uitgever Adolf Marks. Boeiend is ook de situatie op de literaire markt in Rusland aan het begin van deze eeuw. Populaire genres als detectives en kasteelromans waren tijdens het communisme niet toegestaan. Dit gapende gat in de markt is na de perestrojka snel opgevuld – detectiveschrijvers als Marinina en Akoenin halen enorme oplagen. In het hedendaagse Tsjechië is het Michal Viewegh die met zijn populaire romans al zijn collegaschrijvers de loef afsteekt.

Niet iedereen gaat voor het grote geld. Dat geldt voor schrijvers, maar ook voor vertalers. In een uitgebreid interview vertelt Karol Lesman, een van onze beste vertalers uit het Pools, hoe de literaire markt werkt voor iemand die kiest voor kwaliteit. Geen vetpot dus. Een zegen dat het Fonds voor de Letteren bestaat en op verschillende manieren steun biedt.

Verder in dit nummer poëzie van de symbolistische dichter Aleksander Blok (op muziek gezet door Sjostakovitsj) en van de Oekraïense dichter Ivan Franko. In de recensierubriek als gebruikelijk aandacht voor enkele recente uitgaven.


Mei 2003



<       TSL 34       >