In 2013 nam Gerrit Jolink het initiatief
voor een Nederlandse vertaling van Otkrytoe
slovo van Lidia Tsjoekovskaja, een
auteur van wie nog maar enkele boeken in
het Nederlands zijn verschenenen, en alweer
lang geleden. Inmiddels zijn we een
decennium verder en is de publicatie van
Het Open Woord in zicht. Niet voor niets
verschijnt dit boek in de reeks Les bijoux
discrets. Hiermee worden ooit spraakmakende
juwelen uit de literatuur en beeldende
kunst opnieuw onder de aandacht
gebracht. Als beginnend vertaler was deze
kans voor mij niet alleen een grote eer,
maar ook een uitdaging. Ten eerste omdat
ik vooraf niet had kunnen overzien hoeveel
tijd de vertaling uiteindelijk in beslag
zou nemen: meer dan eens werden uren
besteed aan het zoeken naar een specifieke
term, citaat of literaire verwijzing.
In een stuk over Andrej Sacharov noemt
Tsjoekovskaja terloops een Sacharov, ‘die
misschien eigenlijk Zuckerman heet’. Na
enig zoekwerk bleek dit te verwijzen naar
de kunstenaar Aleksandr Sacharov, wiens
eigenlijke achternaam Zuckerman was.

De scherpzinnige schrijfstijl van Tjsoekovskaja
is daarnaast niet altijd eenvoudig
om over te brengen in het Nederlands,
zeker omdat het Russisch zich vaak beter
leent voor het maken van neologismen.
Hoe vertaal je bijvoorbeeld het adjectief
mnogoroepornyj (‘met veel megafoons’)?
‘Geroeptoeter’, dat wil je toch niet?
Tsjoekovskaja gebruikt met enige regelmaat
metaforen en idioom die het Nederlands
niet kent. Toch werd ik daarbij weleens verrast: de uitdrukking v nej zaryta
sobaka (‘daarin schuilt de moeilijkheid,
dat is de oorzaak van alles’) leek mij in
eerste instantie een Russisch verschijnsel,
maar de Nederlandse uitdrukking ‘daar
ligt de hond begraven’ bestaat en wordt in
het Vlaams nog gebruikt.1 De vraag is of
de lezer zo’n zeldzame uitdrukking herkent,
maar, zo besloot ik, af en toe is het
wellicht mooi om ook op deze manier een
bijou discret nieuw leven in te blazen. Een
laatste voorbeeld is ten slotte het scheldwoord
bolotnaja ljagoesjka, dat tot mijn
verrassing in de Nederlandse straattaal als
‘ingeblikte moeraskikker’ gangbaar is.2
In een eerder nummer van TSL gaf
Eva van Santen ons een inkijkje in de
vertaalcolleges van Karel van het Reve,
waar het principe gold: ‘Je moet schrijven
wat er staat, niet wat je zelf geschreven
zou hebben’. Dit betekent de ene keer een
meer letterlijke, en een andere keer juist
een vrijere vertaling, wat altijd een lastige
afweging is.
Mijn debuutvertaling ligt er nu. Ik
wacht nederig het oordeel van andere,
meer ervaren vertalers af.