Karol Lesman



Over Olga Tokarczuks laatste roman Empusion




Van een van de zowel in eigen land als daarbuiten meest gelezen en gelauwerde Poolse schrijvers van de laatste decennia Olga Tokarczuk (geb. 1962) verschenen tot nu toe in Nederlandse vertaling zes (van de tien) romans: Oer en andere tijden (in 1998, herziene druk in 2020; vertaling K.L.), Huis voor de dag, huis voor de nacht (in 2000; vertaling K.L.), De laatste verhalen (in 2008; vertaling K.L.), De rustelozen (in 2011; vertaling Greet Pauwelijn), De Jacobsboeken (in 2019; vertaling K.L.) en Jaag je ploeg over de botten van de doden (in 2020; vertaling Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra). Voor twee van haar romans (De rustelozen en De Jacobsboeken) ontving Tokarczuk in respectievelijk 2008 en 2016 de belangrijkste Poolse literaire onderscheiding, de Nike, op internationaal gebied in 2018 gevolgd door de Man Booker International Prize (voor de Engelse vertaling van De rustelozen) en een jaar later kreeg zij de Nobelprijs voor de literatuur voor haar hele oeuvre.


Het langverwachte Empuzjon (‘Empusion’) verscheen vorig jaar juni en is haar eerste roman na het ontvangen van de Nobelprijs voor literatuur. In een van de besprekingen van de roman noemt de recensent Empusion ‘een feministisch-ecologisch griezelverhaal op motieven van [Thomas Manns] De toverberg’. Het eerste deel van deze interpretatie refereert gedeeltelijk aan de ondertitel welke de schrijfster haar werk heeft meegegeven: ‘een natuurgeneeskundige horrorroman’.

En inderdaad, Empusion heeft veel weg van zowel een (pastiche van een) gothic novel als een schalkse knipoog naar de monumentale roman van Thomas Mann. De titel – Empuzjon in het Pools, Empusion in het Nederlands – is een neologisme, dat verwijst naar het Griekse empousa (empuse), een mensenetend monster uit de Griekse mythologie, dat soms kan veranderen in een bloeddorstig vrouwmens dat mannen verslindt. Empusion – het woord zelf komt overigens verder niet voor in de roman – zou dus in analogie met het eveneens Griekse ‘symposion’ de verzamelplaats kunnen zijn waar empusen, het soort heksen waarvan ook – en als zodanig ook in de roman geciteerd – in Aristofanes’ De kikkers sprake is, bijeenkomen. Overigens maakt de verteller van Empusion zich op sommige plaatsen in de roman bekend en blijkt daar de – vandaar wellicht de door de recensent feministische duiding van de roman – vrouwelijke ‘wij’-vorm te hebben…

Net als in De toverberg arriveert op zekere dag in augustus in het decennium voorafgaande aan de eerst wereldoorlog een jonge man in een (in Neder-Silezië) hooggelegen kuuroord, dat niet Davos heet maar Görbersdorf (het huidige Poolse Sokołowsko) en welk sanatorium – zoals ook in de roman wordt beweerd – model zou hebben gestaan voor het in Manns vereeuwigde Zwitserse Berghof. Ook Hans Castorp heeft een andere naam, de hoofdpersoon van Empusion heet Mieczysław Wojnicz en hij is niet – zoals in De toverberg – de neef van een patiënt maar heeft zelf een longaandoening. Hij komt niet uit het Noord-Duitse Hamburg maar uit het veel oostelijker gelegen en ooit Poolse Lemberg (Lwów) en hoopt genezing te vinden in Görbersdorf, waar hij niet de welgestelde Russin met de ‘kirgiezenogen’ madame Chauchat zal treffen, maar wel een in het zwart geklede mysterieuze, vermoedelijk orthodoxe dame, mevrouw Grote Hoed.

Ook voert Tokarczuk een psychoanalyticus ten tonele, alleen heet die niet – zoals bij Thomas Mann – Krokowski maar (toch ook enigszins ‘bloemig’ klinkend) Semperweiß. En zo zijn er meer overeenkomsten die geen echte overeenkomsten zijn. In Görbersdorf delibereren niet Naphta en Settembrini over politiek en kunst, maar spreken gymnasiumleraar Longin Lukas, klassiek filoloog August August en geheimraad Walter Frommer vooral over vrouwen en vrouwenkwesties en hebben daarover een uitgesproken, nogal ongenuanceerde (lees gerust misogyne) mening.

Want wat Empuzjon ontegenzeggelijk anders maakt dan het magnum opus van Thomas Mann is naast de mysterieuze, door een andere dan door ziekte veroorzaakte dood van sommige bewoners van het sanatorium, de duidelijk feministische insteek van Tokarczuk.




<   

TSL 93

   >