Yolanda Bloemen



Russisch absurdisme in Heerhugowaard



In TSL 92 schreef Willem G. Weststeijn een recensie over de bij Uitgeverij Plantage eind 2022 verschenen uitgave Wat een sukkel, die Sergej! van Dmitri Danilov, een vertaling van het vertalerscollectief Hompsy van Wijk. Bij wijze van vertaalexperiment, vingeroefening of hoe je het ook noemen wilt maakten de vertalers als pendant naast de ‘hoofdvertaling’ een tweede variant: een versie waarin de handeling is verplaatst naar Nederland. Sergej is daarin Sjaak de Vries geworden, de bezoekers heten niet meer Kasparov, Karpov en Kalasjnikov maar De Haan, Van der Zwaan en Vogelaar. In de boekuitgave is als toegiftje een klein fragment van deze vernederlandste Danilov opgenomen. Daarover is Weststeijn niet erg te spreken: ‘Wat een onzin: Sjaak de Vries, zoals Sergej in die vernederlandste versie heet, past helemaal niet bij de existentiële dreiging die zo eigen is aan veel Russische literatuur.’

Is ‘existentiële dreiging’ voorbehouden aan Rusland? Dat kan Weststeijn toch niet menen. Kennelijk heeft hij een nogal positief en zonnig beeld van de Nederlandse realiteit en ziet hij ons land als een plek waar mensen zich goed voelen en zich op hun overheid kunnen verlaten. Vreemd. Ik kan namelijk wel wat groepen mensen bedenken die een aanmerkelijk minder rooskleurige visie hebben. Wat denkt hij van Groningen? De toeslagenaffaire? Discriminatie? Onzekerheid voor vluchtelingen? Energiearmoede? Het UWV met zijn persoonsgegevensverzamelwoede? Voor niet weinigen heeft het dagelijks leven in ons aangeharkte land wel degelijk kafkaëske trekken gekregen die zonder al te veel fantasie raken aan de horreur in bepaalde Russische literatuur. Medewerkers van een vaag instituut als ‘de Bezorgdienst’ die – zoals Sergej/Sjaak overkomt – je huis binnendringen en je met hun vragen geheel klem schijnen te willen zetten of je zelfs naar het leven staan, zijn in dat licht ook in een Nederlandse setting verre van misplaatst.

‘Gogols Revisor ga je toch ook niet overzetten naar Heerhugowaard’, zegt Weststeijn om zijn woorden kracht bij te zetten. Dit laat zien dat de ensceneringspraktijk van de laatste decennia aan hem is voorbijgegaan. Kijk maar naar films als The inspector general met Danny Kaye uit 1949 en De boezemvriend uit 1982, waarin vrij wordt omgegaan met de personages en de handelingen bij Gogol maar de essentie van De revisor overeind blijft. Een toneelbewerking van Gogols klassieker, een versie van De revisor die zich afspeelt in de Nederlandse provincie? Het is recent wel degelijk – en met succes – gedaan. Ik doel hiermee op de productie van De revisor in 2016 door Het Nationale Toneel, in de bewerking en regie van Theu Boermans. In deze voorstelling werd deze klassieker volledig naar onze eigen tijd gehaald en was grondig in de oorspronkelijke tekst veranderd. Centraal stonden Gogols thema’s van corruptie, bedrog en machtsmisbruik, maar dan gesitueerd in onze Nederlandse maatschappij van nu. En er was nog iets waardoor deze Revisor midden in de actualiteit stond: de compagnon van de revisor was geen bediende, maar een Syrische vluchteling.

Ik geef enkele voorbeelden van de wijze waarop de tekst door Boermans naar het heden werd gehaald. Aan het begin van het toneelstuk vertelt de burgemeester geschrokken over de komst van een speciale ambtenaar uit Petersburg. Hem en de andere notabelen – de rechter, de schoolopziener, de postmeester, de curator van de gasthuizen – slaat de schrik om het hart; allemaal zijn ze zich bewust van hun eigen corrupte praktijken. De inspecteur (de revisor) komt uit Petersburg en de Turken en de Fransen krijgen de schuld van de missie van deze inspecteur.

In de versie van Boermans komt de inspecteur uit Brussel en gaat de burgemeester in gesprek met wethouders en plaatselijke politici; wethouder Arie Tellegen behoort tot een populistische partij.



BURGEMEESTER Er is een overheidsinspecteur naar ons op weg, een revisor.
ARIE TELLEGEN [wethouder] Een wat?
ANTOINETTE [wethouder] Uit Den Haag ?
BURGEMEESTER Dat is onduidelijk. Waarschijnlijk uit Brussel. En hij reist incognito.
ARIE TELLEGEN Hoezo incognito, hoezo? Wat moet hij van ons?
[…]
ARIE TELLEGEN Ze snappen d’r geen hol van en ze zullen het ook nooit snappen, die godvergeten ambtennaaiers in Brussel. Daarom zeggen wij van de PVV toch al jaren: opheffen dat Europa, weg d’r mee, d’r uit!


Een hoogtepunt in het stuk, zowel in Gogols origineel als in deze bewerking, is de scène in het derde bedrijf waarin ‘de revisor’, Chlestakov, geestdriftig praat over zijn leven in de grote stad, in het origineel dus over Petersburg. Hij heeft het over de vele bals, het permanent spelen van whist en over de soep die in de pan regelrecht per stoomboot uit Parijs komt.

Ook bij Boermans is dit een mooie scene. Hier staat een man die geheel in de ban is van zijn eigen leugens, die door zijn leugens wordt meegesleept. Hij schept op over zijn eigen rol in de hoofdstad Den Haag, hij is er volgens eigen zeggen het absolute middelpunt en hij pocht over al zijn rijkdom en bezittingen.



Ik woon in een van de mooiste stadsvilla’s van Den Haag, pal tegenover de Hofvijver, en geef elke week grootse, uitgebreide literaire salons en diners, en het laatste weekend van elke maand een enorm feest. En iedereen is er. En allemaal willen ze mijn advies…

Laatst was de directeur-generaal van het ministerie van OCW plotseling met de noorderzon vertrokken, niemand wist waarheen, enorme bedragen waren overgemaakt naar het buitenland…


Zo toont Boermans de corrupte mens die vol is van zichzelf en die de wereld naar zijn hand wil zetten. Zijn revisor gelooft in zijn eigen leugen, ja, hij hóudt van zijn leugen. Tendens in deze voorstelling was, zoals het in een recensie in Theaterkrant werd verwoord: zolang de hardste schreeuwers het winnen, wordt dit een steeds vervelender land. Over recensies gesproken: niet alle beoordelingen van deze Revisorproductie waren even positief als de mijne.

In een lezing over de bewerking en opvoering van het Nationale Toneel die ik in Moskou in 2016 tijdens het Congres van Literair vertalers hield, ging ik in op de aanpassingen die het stuk had ondergaan. Ik vergeleek scènes uit de ‘oerversie’ met die van ons Nederlandse theatergezelschap. Natuurlijk was ik me ervan bewust dat het moderniseren en het naar het heden toebrengen van klassieke toneelstukken lang niet door iedereen wordt gewaardeerd. Hoe er in Rusland zelf naar een dergelijke omgang met een van hun klassiekers zou worden gekeken, was van tevoren wel iets wat me zeer bezig hield: Gogols De revisor is voor de Russen natuurlijk een onbetwistbaar hoogtepunt in hun toneelgeschiedenis. Wat zou men vinden van de ingrepen in de tekst, de setting van de handeling, de toneelpersonages? Zou men verontwaardigd reageren? Van het Nationale Toneel had ik de beschikking gekregen over videobeelden van de uitvoering, die ik in Moskou tijdens mijn lezing toonde. Wat gebeurde? Mijn publiek genoot, men was verrast, enthousiast, zelfs geroerd. Uit reacties bleek dat mijn Russische toehoorders vonden dat aan ‘hun Gogol’ en aan de geest van het stuk volledig recht was gedaan. Zo werd duidelijk: het Russisch genie van het absurdisme houdt zich ook in de Hollandse modder van Heerhugowaard fier staande.

Juli 2023





<   

TSL 93

   >