Roman Nesterenco
Taras Prochasko - verhalen
Taras Prochasko (geboren in Ivano-
Frankivsk in 1968) is een Oekraïense
schrijver, essayist en vertaler. In oktober
1990 nam hij deel aan de studentenprotesten
in Kyiv (ʻRevolutie op granietʼ).
Na zijn universitaire opleiding leidde
Prochasko een bijzonder veelzijdig bestaan:
zo heeft hij onder meer als bosbeheerder,
leerkracht, barman, journalist
en radiopresentator zijn kost verdiend.
Als een van de belangrijkste Oekraïense
postmodernisten behoort hij tot het ʻStanislav-
fenomeenʼ, en is hij bekend om zijn
filosofische persoonlijke bespiegelingen
over de Oekraïense geschiedenis en actualiteit,
het nazinderende Sovjetverleden, de
kracht van vertelkunst, tekstualisatie en
narrativisatie, de bossen en bergen van de
Karpaten, en God. ʻDe beste manier om
te hebben, is kunnen vertellen, verhalen
kunnen vertellen. Wie verhalen vertelt,
die heeft alles,ʼ schreef hij in zijn roman
НепрОсті uit 2002. Wekelijks verschijnt
er een column van zijn hand in de West-
Oekraïense online-krant Zbruč, waar ook
deze stukjes uit komen.
Het ʻStanislav-fenomeenʼ (ook wel eens
ʻStanyslaviv-ʼ of ʻFrankivsk-fenomeenʼ
genoemd) verwijst naar een vrij losse
groep beeldende kunstenaars, dichters en
schrijvers die eind jaren tachtig, begin jaren
negentig ontstond in Ivano-Frankivsk,
een stad in het westen van Oekraïne (die
tot 1962 de naam Stanislav droeg). Ivano-
Frankivsk is een van de belangrijkste
culturele centra van het historische regio
Galicië, dat traditioneel beschouwd wordt
als het bastion van Oekraïense cultuur en
Oekraïenstalige literatuur, en waar men
zich altijd feller afzette tegen Russische culturele invloeden. Toen in de nadagen
van de Sovjet-Unie de staatscontrole op
kunst en literatuur grotendeels wegviel,
volgde er een culturele inhaalbeweging
van jonge kunstenaars en intellectuelen
(de meesten geboren in de jaren zestig
of later) om aansluiting te vinden bij de
culturele ontwikkelingen in het Westen
(of vaker nog, bij het Mitteleuropa van
Konrád, Miłosz en Kundera). Belangrijk
hierbij waren de plaatselijke kunstbiënnale
ʻImprezaʼ en het literaire tijdschrift
Tsjetver . Het ʻStanislav-fenomeenʼ staat
literair dan ook voornamelijk voor de ontwikkeling
en de bloei van het Oekraïense
postmodernisme, met zijn kenmerkende
prominente rol van het groteske, het
carnavaleske, van parodie en ironie, het
vervlechten van elitaire motieven met
het platvloerse, alsook de focusverschuiving
naar het stadsleven, de bohème en
het kunstenaarsmilieu (in tegenstelling
tot de overwegend rurale setting van de
Oekraïense Sovjetliteratuur). Andere
bekende vertegenwoordigers zijn onder
anderen Joeri Androechovytsj, Joeri
Izdryk, Halyna Petrosanjak en Volodymyr
Jesjkiljev.
Een vaak terugkerend motief in de teksten
van Prochasko is zijn fascinatie voor
het ʻongekozeneʼ (men maakt een bepaalde
keuze, waardoor eindeloos veel andere
mogelijkheden niet meer reëel zijn, maar
daardoor niet geheel zonder invloed zijn).
ʻWat we hebben, waar we voor zijn gegaan,
wat we bezitten en in meerdere of
mindere mate kunnen sturen, is slechts de
accentuering van de grenzeloosheid der
dingen die we hebben moeten loslaten,
die om allerlei redenen ongekozen zijn
gebleven. En net dit ongekozene heeft een aanzienlijk grotere invloed op ons dan
dat wat we wel hebben verworven. […]
Het brengt wonden toe, helpt genezen, het
opent voor ons deuren naar parallelle werelden,
schenkt ons dromen, spoort onze creativiteit aan. Het doet pijn. Je wilt er
terug naartoe. Dat is waar de keuze bij een
kruispunt dan ook voor dient – dat je een
andere weg zou kunnen inslaan.ʼ (uit zijn
verzamelbundel БотакЄ uit 2010).
de duidelijkheid van het onduidelijke1
Heel mijn leven heb ik een slecht geheugen voor poëzie gehad.
Wanneer ik naar mijn moeder en mijn geniale makkers keek, die
urenlang konden voordragen, dacht ik aan wat ik in de gevangenis
zou moeten gaan aanvangen – en de overtuiging dat ik er daadwerkelijk
op een dag zou belanden was op een gegeven moment
onwankelbaar – aangezien ik geen extreem arsenaal aan noodzakelijke
gedichten van buiten kende. Nochtans beleefde ik poëzie
als seks ter ere Gods. Ik ondervond er plezier aan, zowel van fysieke,
als van metafysische aard, wanneer ik tijd doorbracht met
een gedicht dat ik me achteraf niet kon herinneren. Er bleef slechts
wat licht van over, afgesleten langs de labyrintmuren der dromen.
Dit deed denken aan het turen naar de sterrenhemel op een niet-astronomische
manier. Wanneer je dus niet weet wat wat is. Maar
gedurende enkele nachten zie je een bepaald patroon terugkeren,
en de volgende nacht zijn de naamloze onbekenden al verwachte
kennissen geworden.
Later drong het oktoberleven op graniet in Kyiv2 mijn bewustzijn
met geweld binnen. Vóór het betreden van de arena – het plein
van de oktoberrevolutie3 (een vreemde toevalligheid, al moet men
het verschil in kalenders4 wel in het achterhoofd houden) – had ik
in een boekenwinkel Stoes’5 eerste legale gedichtenbundeltje gekocht.
Ik bewaarde het in mijn jaszak, opdat het niet verloren zou
gaan in het geval het tentenkamp door de autoriteiten zou worden
ontruimd, en tevens opdat zijn stevigheid mijn lever zou beschermen
tegen een zijwaartse slag van een gummiknuppel. De eerste
nacht had ik geprobeerd om bij het licht van een aansteker te lezen.
Ik sloeg het boek open op de verzen die ik bij uitzondering nog
steeds niet vergeten ben: Sofia’s stralen waren uitgedoofd, haar
laatste seringgloed verflauwde zacht, je liep naar me toe, maar
kwam te laat voor de eerste kreet, de eerste donderslag …6 Ik
kroop uit de tent naar buiten om te roken, zo sterk was het effect.
En op de heuvel, boven dat hele circus, straalde hoog de verlichte
Sofia.7 En ze had een seringgloed. Opstandelingen huilen niet, had
ik nog gedacht en begon te huilen. Ik had de sleutel tot Oekraïne
ontvangen. Al langer had ik een vermoeden dat dit het was, maar
op dat moment openbaarde de Oekraïense barok zich aan mij. De
Oekraïense mentaliteit, de Oekraïense ideeëngeschiedenis en onze
dagdagelijkse realiteit – allemaal barok. Het labyrint is zodanig
ingewikkeld dat we alle logische afslagen van de daaropvolgende
tijdperken hebben gemist en in de fantasmen van de Gouden
Eeuw zijn verloren gelopen (of er met opzet niet uit hebben willen
komen).
Nu komt het allemaal weer terug, hoe epicurisch en christelijk
tegelijk dat leven op graniet toen was. Welke aardse vreugde, verlicht
door een geloof in iets onbevattelijk hogers, ons tijdens al die
dagen in haar ban hield. De ascese en het genot. De weelderige
vormen van zelfverloochening.
De herfstzon, de chaotische mensenmassa, de dagenlange oefeningen
in retorica tot je er ’s avonds hees van werd, het dunne
koordje van het kordon, de bloeddorstige vijand aan de andere
kant van het kordon, de opfrisbeurten in het beste coöperatieve
toilet op Chresjtsjatyk,8 de opvoeringen en de gebaren, de absurditeit
en de toewijding. Minerva en Aphrodite pal naast de Heilige
Drievuldigheid. De onverzadigbare zoektocht naar de juiste maat.
Jaren later kwam ik in een gedicht de precieze definitie voor al
wat ik zelf uit mijn gevoelens probeerde te distilleren. Het was
er een van Androechovytsj: Oekraïne – dat is het land van barok,
rondtrekken daar is een lust voor het oog, maar een andere lust betovert
toch ook: om alles te vernielen; maar de sporen die blijven
en een grond bieden voor prognoses verkleed als geloof in wat
niet te vermijden is, want onze dierbare grond is veel meer dan
gewoonweg een hemd voor de huid; die verborgen barok blijft
zich duchtig verweren …9 Niet verwonderlijk dat deze verzen het
tweede gedicht zijn geworden dat ik tot op heden heb weten te
onthouden.
Als kind kwam ik samen met mijn broer ooit een man tegen
die gedurende vele dagen uren aan één stuk bleef doorbomen over
vliegzwammen. Hoe waardevol ze zijn, welke voedzame en helende
kwaliteiten ze wel niet hebben, hoe je ze kunt verzamelen,
bereiden en nuttigen. Als kinderen hadden we moeite om alles
wat hij vertelde te begrijpen. Maar zijn motto is me mijn hele
leven lang bijgebleven: ga zwamvliegen eten!
Dus zal ik het na al dit geneuzel ook kort en krachtig houden.
Als iemand van buiten Oekraïne de azimut te pakken zou willen
krijgen die hem naar een beter begrip van ons land zou kunnen
gidsen, dan moet hij niet alleen nieuwsberichten, oppervlakkige
analyses en hedendaagse literatuur gaan lezen, maar zou hij zich
eerst moeten verdiepen in onze barok. Want het heden – dat is
slechts het opgedooide bovenste laagje van een ijsveld, dat bedekt
is door talloze sporen. Maar het ijsveld zelf is verankerd in
onzichtbare harde wateren. Bij nader inzicht zou ook iemand uit
Oekraïne, die zich ervan wil vergewissen dat hij niet ter plekke
is blijven trappelen, zijn ijsbijl eens in de barok moeten drijven.
maar genoeg daarover…10
Vorig jaar was één bepaalde discussie bijzonder populair onder de
Oekraïense intellectuelen en schrijvers, namelijk over de vraag of
literatuur nog enig nut had ten tijde van oorlog, en hoe te spreken
in oorlogstijd. Tegelijkertijd begon bijna elke kunstenaar zelf over
de oorlog te spreken. Er dook zelfs zo’n begrip op als ʻhet cultuurfront
ʼ. In de eerste plaats ging het dan over onze literaire export.
Het gros van de zee aan teksten in allerlei verschillende genres
was gericht aan de wereld, die met hun hulp de nodige empathie
zou kunnen ervaren met de bloeddoordrenkte streek die zo urgent
behoefte had aan steun van buitenaf.
Enige tijd – je zou kunnen stellen dat dat de meest cruciale tijd
was, toen het duidelijk werd dat Oekraïne voorlopig niet van de
kaart van de eerste helft van de eenentwintigste eeuw zou verdwijnen
– was dit buitengewoon effectief geweest. En het blijft nog
steeds onontbeerlijk op operationeel niveau.
Gedurende die tijd is Oekraïne echter niet zozeer belangrijk
geworden in de wereld, als eerder trendy. Het voldeed namelijk
aan alle eisen van de massacultuur. De oorlog – als sensatie die
gebouwd is op de fundamentele wetten van stress – bracht deze
terra incognita onder de aandacht.
Maar er zijn enkele wetmatigheden die we heel goed begrijpen.
Ten eerste, aandacht en opwellingen van liefdadigheid staan niet
per definitie gelijk aan respect. Ten tweede is aandacht van de wereld
vandaag zo vluchtig, dat een nieuwe sensatie volstaat om de
vorige in het beste geval naar het onderbewuste te verdringen. Ten
derde zorgt beperkte kennis over om het even welke uithoek van
de wereld ervoor dat slechts enkelingen de elementaire stereotypen
rond deze regio kunnen overstijgen, en hoe we deze enkelingen
ook genegen zijn, ze hebben geen invloed op de vluchtigheid
van de trends.
Bovendien kunnen de regio’s die thans alleen met oorlog geassocieerd
worden verder weinig goeds verwachten van de internationale
publieke opinie. Zelfs de Balkanlanden, die op cultureel vlak
veel beter vertegenwoordigd zijn, hebben nog steeds moeite om de
aura van hun oorlogen van zich af te schudden in het bewustzijn
van zowel het gewone volk, als van het clubje weledelen, die zich
terecht of ten onrechte als de motor van mondiale ontwikkelingen
beschouwen.
Als een nuttig voorbeeld voor ons zou Syrië kunnen dienen,
nog zo’n lijdend voorwerp van een andere Russische patience. Ik
heb met mijn eigen ogen mogen aanschouwen hoe Duitse leraren
aan rasechte Duitse kinderen probeerden duidelijk te maken dat
die kleine oorlogsvluchtelingen uit Syrië helemaal geen primitieve
wilden zijn, maar tot een cultuur behoren die zodanig oud is, dat
hun Germaanse voorouders in vergelijking slechts zuigelingen zijn.
Wanneer we de tijdelijke rol aanvaarden van niets meer te zijn
dan slachtoffers van een militaire agressie, die een natie had gesmeed
die tegelijk volkomen onverzettelijk en offervaardig is, dan
doen we onszelf tekort.
Want het is niet deze oorlog – hoe belangrijk hij ook is – die
ons heeft voortgebracht. Deze oorlog heeft immers juist kunnen
losbarsten omdat er nog daarvoor al iets waardevols bestond. We
hadden een eigen leven, dat in feite de aanleiding voor deze oorlog
is geworden. We hadden een eigen keuze gemaakt, wat ertoe heeft
geleid dat iemand de drang tot oorlogsvoering heeft gekregen. En
dit betekent dus dat nog vóór we tot slachtoffer van agressie en tot
bolwerk van verzet uitgroeiden, we een volwaardig leven hadden
geleid. We waren er niet tevreden over, maar niettemin waren we
trots dat dit leven van ons was.
Dit is waar we over moeten vertellen. En op zo’n manier vertellen
dat bij het denkende deel van de wereldbevolking geen enkele twijfel meer zou overblijven dat wij van hetzelfde bloed zijn,
zij en wij. En dat we allemaal slechts dat kunnen – elkaar verhalen
vertellen die gaan lijken op eigen vertrouwde, herkenbare en vergeten
geraakte onbenutte keuzes.
En veel later pas, wanneer de Oekraïense kinderliteratuur een
vertrouwd en geliefd gegeven zal zijn geworden voor de kinderen
van de hele wereld, die dankzij haar het universum van de superhelden
eventjes vergeten zullen zijn, zullen we kunnen vertellen
hoe we iedereen charmant hebben beetgenomen. Zichzelf incluis.
Want beetnemen is het meest essentiële kenmerk van echt goede
literatuur. En van cultuur in het algemeen.
zo had het moeten zijn11
Een van de meest aangrijpende gebeurtenissen uit heel mijn leven
vond plaats op 3 december 1991. Het was werkelijk een heel boeket
van verschillende belevenissen, ervaringen en emoties bij elkaar.
Die dag kwam mijn eerstgeboren zoon namelijk thuis uit de kraamkliniek.
Al had ik hem, in tegenstelling tot duizenden andere vaders,
wel al gezien. De kraamkliniek was nog op-en-top Sovjetstijl,
daar er sinds 24 augustus12 nog niets had kunnen afslijten van wat
er decennialang werd gecultiveerd. Maar ik had een vriend die daar
ergens werkte, en hij was het die me op een bepaald moment ’s
nachts naar de zaal bracht waar de pasgeboren baby’s lagen. Een
beter beeld om dat hoofdstuk van onze geschiedenis dat we achter
ons hadden gelaten te illustreren was nauwelijks te bedenken.
In een grote zaal met ietwat gedimde verlichting lagen er op
metalen tafelachtige bedjes, net volksconsumptiegoederen in de
productiehal van een of andere tank- of tractorfabriek, tientallen
zuigelingen die de afgelopen dagen waren geboren. Elk afzonderlijk,
elk strak gewikkeld in flanellen windsels van dezelfde makelij.
Geen mama’s in de buurt, geen geknuffel, zelfs de verpleegsters
lagen ergens te dommelen. Elk van hen was voorzien van een opschrift
op een vierkant lapje geel wasdoek. Zo deden ze aan vogeltjes
denken die door amateur-ornithologen waren geringd. De helft
van die borelingen jengelde erop los, waarbij ze hun gezichtjes op
een manier vertrokken die onnavolgbaar is voor oudere kindjes die
de menselijke mimiek al kunnen ontwaren.
De andere helft sliep vol overgave, alsof ze begrepen dat het
nooit meer zo goed zou zijn als het tot voor kort was geweest, dus
moet je er maar het beste van maken En één enkele baby lag met
zijn ogen open en tuurde naar de twee nieuwe gezichten hoog boven
zich, en schreide niet. Ik hoopte dat dat ons kind zou zijn. En
dat was het ook.
En op drie december was hij dan eindelijk thuis. Na enkele weken
van massale besmetting van iedereen die in die periode in de
kraamkliniek was geweest. Die dag werd ook nog eens het resultaat
van het referendum over de bevestiging van de onafhankelijkheid
bekendgemaakt.13 En mijn negentigjarige oma wist geen raad
met zichzelf nu ze tegelijkertijd een achterkleinzoon én Oekraïne
rijker was geworden.
Maar de meest schokkende ervaring voor mij was naar de volgende
vroege ochtend verplaatst. Ik kwam buiten in mijn ondergesneeuwde
thuisstad en was gechoqueerd dat alles er hetzelfde
was als gisteren. En eergisteren, en het jaar ervoor… Waar is die
onafhankelijkheid dan? Waar is dat hemelse Jeruzalem waar we
zo lang naar onderweg waren? Waarom zitten we niet op een zeilschip
dat door kanonvuur is gehavend, door zijn proviand heen is,
zelfs de rum is bijna op, maar hoog in het kraaiennest zit er een
jongen die ʻLand in zicht!ʼ uitroept?
Ik had even nodig om de dingen die belangrijk zijn voor mij
te begrijpen.
Dat het nieuwverworven Oekraïne inderdaad lijkt op een archaïsche
geografische ontdekking van een land, waar men veel
legenden en mythen over had gehoord, maar geen benul had van
hoe het er werkelijk aan toe ging.
Dat onafhankelijkheid, net als geluk, geen constante is, maar
een reis. Dat onderdeel zijn van een natie nog moeilijker is dan
deel uitmaken van een familie. Dat het beloofde einde van de geschiedenis
er niet zal komen, en dat elk van ons niets anders te
doen staat, dan een plekje in de onstuitbare gang van de geschiedenis
te vinden. Dat de eigen staat, waar we het zo lang zonder hebben
moeten stellen, in zekere zin niets anders is dan onze meester.
En dat onafhankelijkheid er ook in bestaat deze afhankelijkheid te
aanvaarden.
En nog enkele bijkomstigheden: de mens mikt, maar het is
God die de kogels schikt,14 en je kan onmogelijk een ontstaansgeschiedenis
op afstand beleven. Je moet al die angsten en twijfels
die gepaard gaan met een onafhankelijke keuze zelf aan den lijve
ondergaan, zodanig dat je ten slotte niet meer goed weet waar het
allemaal nodig voor was.
Toen enkele jaren geleden mijn andere zoon werd geboren,
mocht papa er al bij zijn.
Vertaling Roman Nesterenco
1 Dit artikel werd gepubliceerd in Zbruč op 12-10-2023 (https://zbruc.eu/node/116669).
2 Bedoeld wordt de ʻRevolutie op granietʼ, een reeks studentenprotesten
(o.a. een hongerstaking) die plaatsvond in oktober 1990 in Kyiv op
het Plein van de Oktoberrevolutie (vandaag Onafhankelijkheidsplein,
Majdan Nezalezjnosti), onder meer tegen het voorgestelde Nieuwe
Unie-Verdrag van de USSR en voor meer autonomie voor Oekraïne.
3 Met kleine letter in het origineel.
4 Volgens de juliaanse kalender vond de Oktoberrevolutie plaats op 25
oktober, wat overeenkomt met 7 november volgens de gregoriaanse kalender.
5 Oekraïense dissident en dichter, die opgesloten werd wegens ʻanti-Sovjet
activiteitenʼ en omkwam in Goelag-kamp Perm-36 in 1985 na een
hongerstaking. Met het begin van Gorbatsjovs perestrojka en glasnost
kort na zijn dood konden zijn gedichten ook officieel gepubliceerd worden
in de Sovjet-Unie.
6 Begin van het gedicht ʻУже Софія відструменіла… ʼ, geschreven tussen
1971 en 1979.
7 De Sint-Sofiakathedraal in Kyiv (sinds 1990 op de Werelderfgoedlijst
van UNESCO).
8 De hoofdlaan in het centrum van Kyiv die op het Onafhankelijkheidsplein
uitloopt.
9 Enkele strofes uit Androechovytsj’ gedicht ‘Україна ж — це країна
барокко…’
10 Dit artikel werd gepubliceerd in Zbruč op 21.09.2023, https://zbruc.eu/node/116478).
12 Op 24 augustus 1991 riep het Oekraïense parlement de onafhankelijkheid
uit. 24 augustus is sindsdien Onafhankelijkheidsdag, de nationale
feestdag van Oekraïne
13 Op 1 december 1991 werd in Oekraïne het referendum gehouden over de
bevestiging van de onafhankelijkheidsverklaring. Twee dagen later werd
het resultaat bekendgemaakt: 90,32% deelnemers van de 84,18% stemgerechtigde
bevolking had ʻvoorʼ gestemd
14 ʻлюдина цілиться, а Бог кулі носитьʼ: een van de Oekraïense variaties
op ʻde mens wikt, maar God beschiktʼ, die in letterlijke vertaling vandaag
bijzonder actueel klinkt.