Ilja Jasjin
Schetsen uit de gevangenis
Ilja Jasjin (Moskou, 1983) is een
Russische oppositie-politicus die wegens
het verspreiden van zogenaamd
nepnieuws
over het Russische leger eind
2022 voor acht en een half jaar achter
de tralies is beland. In zijn ‘Gevangenisschetsen’
doet hij verslag van zijn
wederwaardigheden als politiek gevangene.
We hebben hier overigens niet zozeer
te maken met een diepzinnige, zwaar
literaire tekst; Jasjin is geen romanschrijver,
geen bloemrijk stilist, Jasjin is een
politicus met een scherp oog voor detail
en humor. En die moeten voor het voetlicht
komen. In het tijdschrift Пятая
Волна, dat Maxim Osipov als hoofdredacteur
heeft, komen behalve Jasjin nog
meer schrijvers van het ‘andere Rusland’
aan het woord.
Een komend nummer van TSL zal als thema
Oost-Europese gevangenis- en strafkampliteratuur
hebben, helaas weer een
actueel onderwerp.
19 december 2022
Bij het verdelen van de gevangenen over de cellen vindt een
zorgvuldige selectie plaats.
Nieuwelingen worden niet opgesloten met mensen die al
eerder zaten. Heb je een gewapende overval gepleegd, dan kom
je oogstwaarschijnlijk samen achter de deur met afpersers en
moordenaars. Mensen met gezag in de onderwereld worden in de
regel volledig afgezonderd van doorsnee delinquenten.
Politieke gevangenen worden gewoonlijk geplaatst bij
‘economische’. Zo ging het ook bij mij: ik zat bijna altijd samen
op cel met zakenlui of juristen die van fraude beschuldigd werden,
en met ambtenaren die moesten voorkomen vanwege corruptie.
De quarantaine in ‘De Beer’, waar ik twee weken doorbracht voor
mijn overplaatsing naar een speciaal cellenblok, vormde hierop
een uitzondering: hier kon je zo’n beetje het hele Wetboek van
Strafrecht tegenkomen. In diefstal gespecialiseerde jochies, die
maar liefst veertig pakjes boter onder hun kleding mee naar buiten
wisten te smokkelen. Zakkenrollers die portemonnees trokken in
de menigte. Koeriers die pakketjes drugs in portieken verstopten.
Bijna allemaal zonder vaste woon- of verblijfplaats; de Moskouse
stations vormden hun leefgebied.
Voor mijn arrestatie werkte ik weleens als vrijwilliger voor
Stichting Nachtopvang. We kwamen geregeld op het Plein van
de Drie Stations om eten uit te delen aan daklozen en armen; ik
schepte er soep op uit grote ketels. Onder mijn celgenoten waren
er toevallig twee aan wie ik destijds borsjtsj had uitgedeeld.
Terugkijkend lachten we erom.
Wat is de wereld toch klein.
* * *
Een al wat oudere Tadzjiekse man lag ziek in het stapelbed naast
me. Ze hadden een pistool gevonden: een versleten Makarov die
achter de stortkoker lag. De politie werd erbij gehaald en de
beveiliger – die slecht Russisch sprak en niet begreep wat ze van
hem wilden – werd langdurig ondervraagd. Tegen de ochtend
legden ze hem ter ondertekening een papier voor waarop stond dat
het pistool van hem was. De agent had gezegd dat hij het zou
registreren als een vrijwillig ingeleverd wapen en dat de Tadzjiek
hiervoor waarschijnlijk zelfs beloond zou worden. Later dan.
De naïeve beveiliger had alles ondertekend en mocht diezelfde
avond al op cel wennen. Artikel 222 van het Wetboek van Strafrecht
van de Russische Federatie, in de volksmond ‘de drie zwaantjes’.
Maximaal vijf jaar voor wapenbezit.
* * *
Mijn kleurrijkste celgenoot was een man op leeftijd uit Dagestan
die zijn zoete gecondenseerde melk met de hele cel deelde en ons
vermaakte met sterke verhalen over zijn wilde jonge jaren. Hij zit
vast op beschuldiging van valsemunterij. Het onderzoek verloopt
langzaam, onze oude vriend zit al meer dan een jaar achter de
tralies.
Hij zegt dat de rechercheur na zijn aanhouding flink tegen
hem tekeer ging en tijdens het verhoor zwoer hem te zullen laten
executeren wegens hoogverraad.
‘Denk je soms dat je gewoon maar wat nep geld gedrukt hebt?’,
had de speurder geschreeuwd.
‘Nee, klootzak! Je hebt van Poetin zelf gejat!’
Die arme Poetin.
Vertaling Anne-Marie Heemskerk en Pauline Michgelsen