rust
We gaan wat rusten, zoveel als nodig is,
Nee, langer, één of twee minuten langer!
O, het is goed te zuchten, diep, tot in je tenen!
Zo moet je ademen, en het lijkt alsof
Je onderhuids een kwabaal van vet ziet kruipen.
Je hoort – voorzichtig, schaamtevol en lang
De lindebomen knarsen, fluiten,
En de dag stak over – laat hem rennen!
na de rust
Uitgerust, uitgedroomd – tijd om naar huis te gaan –
Mijn huis ziet er heel anders uit.
De weilanden blijven in november bij me
En doen zich voor in elk ding.
De omtrekken van de vingers van mijn hand
Lijken op een eikenblad.
De haartjes – zijn die soms niet van gewoon gras,
Maar alleen van een andere kleur?
De gepolitoerde tafel – ik zit eraan,
Als tot aan mijn schouders in een rivier.
De kast is aan het stoeien met zijn houtsnijwerk –
Nou, gewoon een levende notenboom!
De plooien in het tafelkleed zijn
paden naar het bos;
De paden leiden naar een ravijn.
De rand van de tafel – waarom niet de afgrond naar een ravijn
Voor een vlieg die naar de grond kruipt?
Niet toevallig is de divan met een groen kleed overdekt –
Een open plek voor de haasjes.
Overal groen. En alleen glinstert als een sneeuwvlok
De gipsen buste van Voltaire.
Voor het rustgeschenk zal ik afrekenen met de mensen –
Ik geef niemand rust.
de dichter en de prozaschrijver
De dichter las gedichten voor over een neus, een dief,
Suggereerde een ondeugdzame gedachte –
En allemaal keken ze naar de dichter.
De prozaschrijver las voor –
Niemand noemde hem een dief.
Hij kon alles zeggen wat hij maar wilde,
Uit naam van de held van zijn verhaal.
En niemand zal de schrijver persoonlijk iets aanrekenen.
Hij heeft het makkelijk, de prozaschrijver!
uit de kinderkamer
Voor Vl. Pjast
‘Tantetje, van wie houd je het meest van alle dingen,
al het eten, alle vogels, alle mensen en alle kinderen?’
‘Van alle dingen, Njoerotsjka, houd ik het meest van de nieuwe naaimachine.’
‘Nee, je moet beter luisteren.
Van wie houd je het meest van alle dingen, al het eten, alle vogels, alle
mensen en alle kinderen?’
‘Van al het eten houd ik, denk ik, het meest van pasteitjes met kool.
Van alle vogels houd ik het meest van de zwaluw boven het veld.’
‘Nee! Zo moet je niet antwoorden.
Van wie houd je het meest van alle dingen, al het eten, alle vogels, alle
mensen en alle kinderen?’
‘Van alle mensen houd ik het meest van jouw mama.’
‘Alweer heb je niet goed nagedacht.
Van wie houd je het meest van alle dingen, al het eten, alle vogels, alle
mensen en alle kinderen?’
‘Van de kinderen houd ik van de kleine Njoera als ze een schone
schort aanheeft.’
‘Denk nog een beetje beter na.
Van wie houd je het meest van alle dingen, al het eten, alle vogels, alle
mensen en alle kinderen?
‘Het meest van alles op de hele wereld houd ik van het kleine dikkerdje Njoerotsjka.’
‘Nou, dat had je wel veel eerder kunnen zeggen.
Wat ben je toch slecht in raden, tantetje. Ik hou ook heel heel veel van
jou.
met de vinger op de borst
(Nieuwsgierigheid naar gedachten en liefde)
Ik dacht dat ik een bijzonder iemand was;
Dat alles bij mij niet zo was als bij fatsoenlijke mensen,
Voor mij zijn de voorbeelden van de eerdere generaties niet verplicht,
Maar terwijl ik elke avond met mijn vingers door mijn leven blader,
Wil ik voelen waar er wilszwakte is.
Er zijn drie soorten mensen: de ene kan alleen het goede in het leven
zien, de tweede alleen het slechte;
En voor de derde is wanneer alles goed is dat goed is, wat slecht is.
Bij wie dat nodig is kunnen de verwarde zenuwen worden behandeld
tegen wilszwakte of gekalmeerd met wijn.
Nietsdoen heeft twee oorzaken: een zwakke wil of een trotse sterke
wil.
Niet voor niets maken alleen vrouwelijke ronde vormen blij.
De mensen geloven alleen in bekwaamheden als er een geldelijke beloning bespeurbaar is.
Grappig is ook het begrip van eer en eerlijkheid bij veel mensen!
Jouw schuldenaar spreekt met je af wanneer hij je zal betalen –
Je komt.
Jouw schuldenaar excuseert zich en vraagt om uitstel –
Je komt.
Jouw schuldenaar zweert dat hij het opnieuw niet kan betalen –
Je komt weer op de vastgestelde tijd.
Jouw schuldenaar spreekt nog een keer hetzelfde met je af –
Je gelooft hem geduldig en komt opnieuw.
Maar wanneer je het ten slotte niet meer pikt:
‘Ik heb het recht je niet meer te geloven!’ –
Is jouw schuldenaar… beledigd, springt op, balt zijn vuisten.
‘Ah, als de zaken zo staan, ik praat niet meer en doe absoluut geen
zaken meer met wie mij niet wil geloven –
En ik vind dat ik het volste recht heb
Mezelf te ontslaan van al mijn verplichtingen…’
Maar het is het niet waard en niet eervol gebeurtenissen en zinnen te
rangschikken zoals in romans over het dagelijks leven,
De namen te verzinnen van onechte helden.
Het is veel eenvoudiger de restanten van algemene zinnen over te
schrijven:
‘Ik ben niet zo eenvoudig dat ik niet van het eenvoudige houd.’
‘Waar het dun is daar breekt het. Maar waar het gebroken is daar worden knopen gelegd.’
‘Een vergissing is de absolute wet van het uitstellen van de perfectie.’
‘Alleen de schaal verandert.’
‘Niet de helden van het leven worden gewaardeerd, maar de helden
van de dood.’
‘Spoorrails zijn het symbool van de weg van de kennis. Kijk je verder,
dan vernauwt de wereld zich.’
‘Wat ongepast is om over je eigen huis te zeggen,
Zeg dat over het huis van je vijand.’
‘Een gewoon mens vindt zichzelf ook gewoon.’
‘Koorliederen zijn bijna altijd zelfreclame.’
‘Vaders bestaan als het ware alleen opdat er gebaard kan worden en
opdat ze, hun eigen leven verwijtend, willens en wetend worden verwaarloosd bij het nakomertje.’
‘De mensen belanden alleen dan op Mars als de aarde wordt gegeneraliseerd.’
‘We beoordelen vrouwen alleen op grond van het type dat ons boeit.
Daarom lijken ze bijzonder. Zij die ons niet boeien komen gewoon
niet in aanmerking.’
‘Liefde is vrijwillige vleierij. Het is maar zelden dat iemand daar niet
toe in staat is.’
‘Alleen op een ezel kun je Jeruzalem binnenrijden. Zie het Evangelie.’
‘De mens wordt stil vóór het geluk.’
‘Vreugde zit absoluut niet in strijd, maar in een snelle overwinning.’
‘Het is voorbij – dus het gaat opnieuw beginnen.’
‘Maar wat gaat er eigenlijk opnieuw beginnen?’
‘Moge nieuwsgierigheid ontstaan naar gedachten en liefde.’
bij een oud standbeeld
Heersers beheersen de pleinen
En versieren die met zichzelf,
Ze zetten zichzelf op stenen paarden,
De arm altijd naar de verte uitgestrekt.
Niet absoluut nodig zijn talent en genie
Voor de heerser en de sjacheraar.
De kunst om te leven is nodiger dan de kunst van het woord,
Kunnen liegen nodiger dan muziek.
En zelfs het recht om te zwijgen is zeldzaam,
Het is slechts beschikbaar voor gietijzer.
Alleen onder het mom van eensgezindheid
Kan men de Heer de waarheid zeggen.
Walgelijk, moeilijk en saai;
Wie één generatie heeft overleefd
Kan het geloof in deugd, de overmoed van onkunde
En opschepperij niet verdragen.
Maar ik heb die overleefd – en de ouderdom ergert me
En lijkt me een ongeschikte plek om te wonen.
Lang niet iedereen heeft de waarheid nodig,
Zoals men zegt: gedachteloos leven is makkelijker.
De heerser moet een droom en een stok geven –
Die zullen voor Vertrouwen en Voordeel zorgen.
En als je niet zonder de waarheid kunt leven,
Zwijg dan, neem wraak, ren weg en trouw niet.
en toch
Alles is ergerlijk en triest wanneer ze de verlichting weghalen die voor de feestelijkheden heeft gediend.
Toch zal ik me vermaken met de muggenzifterij over een woord – hoe onhandig een hoogdravend woord ook is –
Het is grappig om bijvoorbeeld ‘categorie’ uit te spreken, en ‘categorisch’ van ‘kat die goor is’,
Invloed van het Grieks is hier niet aan de orde.
Als ik voor de liefde niet langer een getalenteerde schoonheid zou eisen
Is het het toch waard verliefd te worden op gewone vrouwen.
En toch zou Tsjaikovski het blij hebben aanvaard
Als we de laatste delen van de zesde symfonie een andere volgorde hadden gegeven.
En toch is het beter een puber te zijn dan een kwart of een heel mens.
En hoe de afwasster achter de muur ook haar neus ophaalt alsof zich
een muis heeft verstopt – toch zijn er slechts twee de aarde hoopgevende woorden: dat zijn ‘proletariër’ en ‘arme’,
En een overdreven hielenlikkende intellectueel is gewoon vreselijk.
En toch zijn er in de late herfst vaak dagen die niet te onderscheiden zijn van de vroege lentedagen van maart.
En toch: leef zoals iedereen; maar schrijf zoals niemand.
* * *
Ik stel me voor hoe dit zal gebeuren –
Het allerergste is, is dat het al te eenvoudig is.
Her vervelendste is dat zelfs een blad aan een boom hierdoor niet wordt afgerukt.
Alles blijft zoals het was, alsof er in de wereld niets is gebeurd.
Ik heb geen geluk gehad – ik heb nog nooit een stervende gezien,
En heb me altijd verbaasd over de nieuwsgierigheid van de voorbijgangers, die zich een weg banen naar de drukte van de straat.
Ik geef er de voorkeur aan me er met een grap af te maken: helaas heb ik tijdens mijn leven nooit iemand gedood,
Hoewel ik natuurlijk geen voorstander ben van vegetarische eetgelegenheden,
En er soms niet op tegen ben artsen de handen te kussen
(Dat wil zeggen waarmee ze stevig aandrukken tegen de verzwakte, en tegen de dode),
Al zal ik de artsen niet vragen hoe je oren uitspuit of steenpuisten verwijdert.
En nu, mensen, stelt u zich eens voor dat er in minstens ieder huis een gemene verkoudheid is,
En wat er niet zo ver weg wordt gedaan, slechts een meter dieper dan de korenbloemen en de violieren;
En elk ogenblik sterven er duizenden op aarde en zijn ze ergens aan het vechten!
En ook nu, op dit moment, is er ergens iets heel gewoons gebeurd:
Er is een klein mens gestorven.
Ik kan slechts mijn schouders ophalen en tegen de voorbijganger snauwen:
‘Probeer niet op mij te ademen.’
Mijn hart, dat soms maar zwaar wordt, komt op de een of andere manier te dicht bij de rug,
En magerte is alleen goed voor de gezondheid – niet smakelijk voor
de microben.
1926
verstand en domheid
Is het niet duidelijk wat een verstandig iemand is en wat een dom persoon?
De zakenman noemt het onpraktische van de romanticus dom,
De vernieuwer ironiseert de poesjkinist,
De domme vergist zich altijd in de echt slimme,
De politicus maakt altijd misbruik van de warhoofdigheid van de
‘waarheidlievende liberaal’,
Moeders geven hoog op van de buitengewone bekwaamheden van hun
snotapen,
Voor een bokser is elke intellectueel dom, voor een intellectueel iedere
sportman,
Voor een puber is verstand handig zijn bij baldadigheid,
Voor een dame is iemand die weinig verdient of niet weet te amuseren
dom.
Voor de meeste mensen is een filosoof een docent die wat aan het rommelen is met thema’s van de filosofie van Tolstoj-Dostojevski,
Met als uitdrukkelijk gegeven: als het saai is, is het serieus; als het serieus is, is het verstandig.
Voor een huisvrouw is iedereen die zijn kamer niet veegt of onhandig
aardappelen schilt dom.
Voor vrouwen zijn de meeste mannen dom,
Voor mannen de meeste vrouwen…
Dus wat is verstand – voor eens en altijd?
Het vermogen om altijd en in alles meer te weten dan je moet weten,
En voor jezelf je eigen maatstaf bedenken waarmee je alles kunt meten.
eten
Jammer genoeg moet ik ook eten.
De natuur zelf bootst etenswaren en lekkernijen na.
De aarde is een eettafel, volgezet met spijzen.
Toe maar, eet, verorber, doe je tegoed, schrans, smul – zonder vorken
en borden.
De herfstbomen zijn bloemkoolstronkjes in paneermeel,
De rivier is een chocoladereep in zilverpapier,
In grote hoeveelheden worden groene kruiden opgediend,
Na regen is de weg bestreken met korrelige kaviaar,
De bergen zijn roggegroene kapjes van een brood,
En op die kapjes zit als citroenijs – sneeuw.
Het is niet bekend op wiens smaak zulke boterhammen gericht zijn.
De valleien en ravijnen zijn als het ware uitgehold door een hongerige
of een veelvraat.
De lucht ruikt overal naar haring en krabbetjes.
Alle roest ruikt naar haring.
Op de tafel van de aarde is er alles voor een ongeduldige maag.
Een hongerig mens kan na iets zoets iets bitters eten.
Hongerige mensen protesteren helemaal niet!
Bijna niets van de tafel van de aarde wordt gratis gegeven.
En wie leeft – eet.
Wie eet – moet dus wel iets verdienen.
1925