Karol Lesman




Józef Czechowicz (1903-1939)




Schrijver, vertaler, tijdsschriftredacteur, recensent, fotograaf maar vooral dichter Józef Czechowicz werd op 15 maart 1903 geboren in een armoedig gezin in Lublin, een provinciestad in het oosten van Polen. Zijn vader overleed in een psychiatrische inrichting toen Józef negen jaar oud was. Aan zijn moeder die tien jaar ouder was dan zijn vader en hem bijna een kwart eeuw overleefde zal Czechowicz veel van zijn gedichten opdragen. Józef was de jongste van hun vier kinderen. Na zijn middelbare school volgde hij een lerarenopleiding die hij, na eerst nog als vrijwilliger te hebben deelgenomen aan de Pools-bolsjewistische oorlog van 1920-1921, voortzette en vervolgens ook afmaakte. Later werkte hij enkele jaren als leraar zowel op het OostPoolse (momenteel Belarussische) platteland als in zijn geboortestad Lublin. Hier debuteerde hij in 1924 als prozaschrijver met het poëtisch-prozaverhaal Opowieść o papierowej koronie (‘Verhaal over een papieren kroon’) over ene Henryk, een teleurgestelde homoseksuele minnaar en diens mislukte zelfmoordpoging. Czechowicz’ experimentele proza heeft echter altijd in de schaduw gestaan van zijn poëtisch oeuvre.

Als dichter debuteerde hij in 1927 met de bundel Kamień (‘De steen’), waarmee hij zich onmiddellijk aankondigde als een van de belangrijkste en – zo zou later blijken – invloedrijkste avant-gardedichters uit het interbellum en überhaupt van de twintigste eeuw. Inmiddels had hij zich aangesloten bij een groep dichters die zich Reflektor noemden en in 1923 een ook in Lublin verschijnend avant-gardistisch tijdschrift onder diezelfde naam hadden opgericht waarin Czechowicz’ herhaaldelijk zijn gedichten publiceerde. In tegenstelling tot die van zijn geestverwanten had Czechowicz’ avant-gardistische instelling eerder een artistieke dan een ideologische achtergrond.

Vanaf zijn tweede in 1929 verschenen bundel dzień jak codzień (‘een dag als alle andere’) zag hij in zijn gedichten af van interpunctie en het gebruik van hoofdletters. Józef Czechowicz schreef nostalgische, bijna bucolische maar altijd catastrofistische (ten aanzien van zowel hemzelf als de mensheid) en als zodanig visionaire gedichten.

In 1933 vertrok hij naar Warschau, waar hij dezelfde bezigheden ontplooide als die hij in Lublin had verricht en waar hij eveneens deelnam aan het literaire leven. In 1936 werd hij beschuldigd van een “immorele levenswandel” naar aanleiding van het gedicht hildur baldur i czas (‘hildur baldur en de tijd’), dat een apologie zou zijn van de homoseksuele liefde.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog besloot Czechowicz, die op dat moment bij de Poolse Radio op de literaire afdeling werkte, terug te keren naar zijn geliefde Lublin, waar hij verwachtte veiliger te zijn dan in de hoofdstad. Na acht dagen, op 9 september vond Józef Czechowicz, 36 jaar jong, tijdens een Duits bombardement, op het moment dat hij bij de kapper zat, de dood welke hij in verschillende van zijn gedichten had voorspeld en die hij volgens uit de kapperszaak gevluchte ooggetuigen juist gewillig had omarmd.

Czesław Miłosz noemt in zijn voor mij gezaghebbende The History of the Polish Literature Czechowicz’ gedichten, met name vanwege hun unieke, onnavolgbare (Poolse) muzikaliteit, onvertaalbaar. Gelukkig, of misschien moet ik schrijven: ongelukkigerwijs (her)las ik Miłosz’ opvatting nadat ik de hiernavolgende gedichten had vertaald. Aan de lezer om te beoordelen of ik er (achteraf) misschien niet beter aan had gedaan dat woord van Miłosz wat serieuzer te nemen.




<

TSL 98

>