Maria Kuncewiczowa (1895 Samara
-1989 Kazimierz Dolny) werd geboren in
het tsaristische Rusland en groeide op als
Poolse – zonder dat het land op de landkaart stond – in een patriottistische familie die tot de intelligentsia behoorde.
Haar afkomst zou van groot belang
blijken voor haar literaire werk waarin identiteit, het vrouwelijk perspectief,
muziek en geschiedenis terugkerende
thema’s zijn en waarbij de historische
context altijd onlosmakelijk is verbonden
met de persoonlijke ontwikkeling van de
personages. Kuncewiczowa schreef psychologische romans, met zeer directe en
rauwe beschrijvingen vanuit de vrouwelijke beleving, waarmee ze haar tijd ver
vooruit was.
Na studies literatuur en muziek in
Polen en Frankrijk was Kuncewiczowa
voor de Tweede Wereldoorlog voornamelijk actief als zangeres en vertaalster.
In 1918 debuteerde ze met de publicatie
van verhalen in verschillende tijdschriften, in 1924 werd ze lid van de PEN-club
en in 1927 kwam haar doorbraak met de
novelle Przymierze z dzieckiem (‘Het verbond met het kind’). Deze novelle ging
over een jonge vrouw die zowel tijdens
haar zwangerschap als na de bevalling
worstelt met ambivalente gevoelens over
het moederschap. De publicatie leidde tot
zeer veel ophef, omdat de beschrijvingen
te plastisch werden gevonden en het thema ongepast en beledigend voor vrouwen.
In 1936 vestigde Kuncewiczowa definitief haar naam als auteur met de roman
Cudzoziemka (‘De vreemdelinge’) over
een ontheemde, diepongelukkige vrouw
van ongeveer zestig jaar, een tirannieke
moeder en partner, en getalenteerde maar
mislukte violiste. Hoewel gaandeweg het
boek duidelijk wordt dat Róża geen gemakkelijk leven heeft gehad, lukt het de
lezer nauwelijks om sympathie of mededogen voor haar op te brengen.
De roman werd lovend ontvangen,
werd naar een tiental talen vertaald (in
1939 ook naar het Nederlands, maar helaas is er geen enkel exemplaar meer
van te vinden), werd verfilmd en won
verschillende literaire prijzen. Het boek
wordt gezien als de eerste en een van de
grootste psychologische Poolse romans en is nog steeds in
druk.
In 1939 ontvluchtte Kuncewiczowa Polen, en via Frankrijk en Engeland kwam ze in
1955 uiteindelijk in de Verenigde Staten terecht, waar ze
aan de universiteit in Chicago
Poolse literatuur ging doceren.
Daarnaast bleef ze romans, verhalen en ook essays schrijven;
nu vanuit het perspectief van
een emigrant in de context van
de naoorlogse realiteit. In 1962
verhuisde Kuncewiczowa terug
naar Polen waar ze nog vele
boeken publiceerde, diverse
prijzen in ontvangst mocht nemen en ook werd gelauwerd
met een eredoctoraat van de
universiteit in Lublin.
Tegenwoordig wordt Maria
Kuncewiczowa voornamelijk
herinnerd om haar baanbrekende boek De vreemdelinge
waarmee ze de psychologische
roman (niet alleen in Polen)
op de kaart heeft gezet. Je zou
kunnen stellen dat zij de techniek heeft
ontwikkeld om over grootse historische
gebeurtenissen te schrijven puur vanuit de
invloed die ze hebben op de psychologische ontwikkeling van de hoofdpersonages. Door deze psychologische benade
ring blijven de thema’s universeel, haar
boeken tijdloos en heeft De vreemdelinge
kunnen uitgroeien tot een internationaal
succes.