Monse Weijers




Bjely en Blok




Andrej Bjely en Aleksandr Blok werden allebei in 1880 geboren, beiden als zoon van een professor. De vader van Bjely was hoogleraar in de wiskunde aan de universiteit van Moskou en die van Blok in het staatsrecht aan de universiteit van Warschau. Na de scheiding van zijn ouders woonde Blok bij zijn grootvader A.N. Beketov, die rector was van de Petersburgse universiteit. In 1897 horen hij en Bjely voor het eerst van elkaar. Het duurde nog even voordat ze elkaar ontmoetten, omdat Blok in Petersburg woonde en Bjely in Moskou. Wel maakte Bjely in die tijd kennis met de gedichten van Blok. Deze stuurde ze namelijk naar het echtpaar Michail en Olga Solovjov. Michail was een broer van de filosoof en dichter Vladimir Solovjov (1853-1900), Olga, een schilderes en vertaalster, was een tante van Blok. Als jongen van zestien of zeventien kwam Bjely, toen nog Boris Boegajev geheten, regelmatig bij hen over de vloer.

Hij sloot vriendschap met hun zoon Sergej die toen pas elf of twaalf was. Michail liet hem kennismaken met het werk van zijn broer Vladimir en Olga deed veel voor de ontwikkeling van zijn smaak. In hun gezelschap merkte hij niets van de in die tijd gebruikelijke spot en hoon ten aanzien van de dichters die aanvankelijk bekenstonden als de Decadenten en later als symbolisten. Decadent werden ze genoemd omdat ze meenden dat kunst op zich waarde had (l’art pour l’art) en niet per se sociaal nuttig hoefde te zijn. Een sleutelwoord in hun poëzie was ‘morgenrood’, een verschijnsel dat hemel en aarde verbindt.

Centraal in het werk van Vladimir Solovjov staat de figuur van Sofia, de goddelijke wijsheid. Blok personifieerde die wijsheid in zijn bundel ‘Gedichten over de schone dame’. Hij stuurde die gedichten, zoals gezegd, nog voor publicatie naar het gezin Solovjov, en er vormde zich een kleine kring van bewonderaars.

Op advies van Michail nam Boris Boegajev het pseudoniem Andrej Bjely (De Wit) aan en publiceerde onder die naam zijn prozadebuut Simfonia.

Blok las Simfonia en voelde de behoefte om met Bjely in contact te komen. Hun brieven kruisten elkaar. Bjely kende Blok toen alleen nog uit zijn gedichten en had zich hem voorgesteld als een contemplatief, bezonnen iemand, maar zijn brief zat vol humor, een humor die voortkwam uit scepsis en een scherp verstand.

Bjely kan zich zijn antwoord aan Blok niet meer herinneren omdat dit werd overschaduwd door de dood van Michail en Olga Solovjov, die in dezelfde nacht stierven. In plaats van de bijeenkomsten bij de Solovjovs kwamen nu de zondagen bij Bjely van de groep symbolisten, die zich de Argonauten noemde. De vertaler (uit het Frans) en publicist Lev Kobylinski, ook wel Ellis genoemd, was hier de gangmaker en Bjely de ideoloog. Vaak werden op die avonden de tafels aan de kant geschoven om ruimte te maken voor improvisaties en theater.

Eind maart 1903 kreeg Bjely een uitnodiging van Blok om als bruidsjonker te fungeren bij zijn huwelijk met Ljoebov Mendelejeva, dat in juli of augustus zou plaatsvinden op het voorvaderlijk landgoed Sjachmatovo van de Bloks. Bjely ging daar graag op in, ook omdat hij als student in de exacte wetenschappen de vader van de bruid, de scheikundige en ontwerper van het periodiek systeem der elementen Mendelejev, bewonderde en diens ‘Grondslagen van de chemie’ had doorgewerkt. Maar oververmoeidheid en verdriet om de plotselinge dood van zijn vader bezorgden hem een terugslag. Hij trok zich terug op het platteland en zegde de uitnodiging voor de bruiloft af. Sergej Solovjov ging wel en deed Bjely verslag. Volgens hem was het een mystieke gebeurtenis geweest. De oude Mendelejev had gehuild toen hij zijn dochter de zegen gaf.

Het eerste hoofdstuk van ‘Herinneringen aan Blok’ draagt als titel ‘De tijd voor de persoonlijke ontmoeting’. Het boek telt negen hoofdstukken, die allemaal via tussenkopjes weer zijn onderverdeeld. Een deel van het tweede hoofdstuk, getiteld ‘Blok in Moskou’, wordt hieronder gepubliceerd.

Na zijn huwelijk nodigde Blok Bjely en Sergej Solovjov uit voor een verblijf op Sjachmatovo. Ze beleefden een paar idyllische weken. Blok was opnieuw anders dan Bjely zich hem had voorgesteld.

In 1905 ging Bjely naar Petersburg, waar hij arriveerde op 9 januari, de dag van een (tot mislukken gedoemde) revolutie, die hij van dichtbij meemaakte. Hij logeerde in de woning van het paar Zinaida Hippius en Dmitri Merezjkovski, met wie hij al drie jaar correspondeerde. Hier werden felle discussies gevoerd over de actualiteit. Zijn beschrijving van het milieu dat hij hier aantrof is een van de hoogtepunten van het boek. Vasili Rozanov wordt getypeerd als een geniale in zichzelf pratende zonderling. Ook ontmoette Bjely hier de symbolistische dichter en schrijver Fjodor Sologoeb en de filosoof Nikolaj Berdjajev. Dmitri Merezjkovski komt er niet bijzonder goed van af, hij heeft iets van een nar, een niet helemaal serieus te nemen figuur. ’s Middags ging Bjely vaak op bezoek bij Blok. Terwijl in het huis van de Merezjkovski’s vaak fel werd gedebatteerd over religieuze en filosofische problemen, zaten Blok en Bjely meestal zwijgend tegenover elkaar, gehuld in wolken van sigarenrook. Zinaida Hippius vond het maar niets dat Bjely steeds naar Blok ging, ze zag het als een soort ziekte van hem, als decadentie, mystiek. Bjely koos uiteindelijk voor Blok, gewoon omdat hij zich bij hem beter thuis voelde.

Toen Bjely weer terug was in Moskou vond er een verwijdering plaats tussen Blok en hem. Hij schreef zelfs een negatieve recensie over Bloks tweede bundel, ‘Onverhoopte vreugde’, een recensie die in het boek is opgenomen. Later zou Bjely deze ‘bitter en ten diepste onrechtvaardig’ noemen. Blok heeft in die bundel afstand genomen van de figuur van Sofia, zijn centrale thema is nu de liefde voor Rusland geworden. In zijn filosofie heeft Kant de plaats ingenomen van Solovjov.

Bjely raakte steeds meer in de ban van de antroposofie van Rudolf Steiner. Maar die leer was volgens hem een logisch vervolg op de filosofie van Vladimir Solovjov.

Bjely schrijft hier niet over, maar uit andere bronnen weten we dat zijn omgang met Ljoebov Blok het huwelijk van Aleksandr en Ljoebov in gevaar bracht. Blok daagde hem in 1907 zelfs per brief uit tot een duel, dat gelukkig niet doorging. Bjely sprak toen met Ljoebov af dat ze elkaar een jaar niet zouden zien. Dat jaar bracht hij door in München. Tussen 1907 en 1910 hadden Blok en Bjely geen contact. Rond 1910 zochten ze weer toenadering. Bjely was toen bezig met het schrijven van de roman Petersburg, maar had financiële problemen, die hem verhinderden om al zijn aandacht aan het schrijven te geven. Blok hoorde hiervan en stuurde hem 500 roebel.

‘Herinneringen aan Blok’ gaat niet alleen over Blok, maar is ook een geschiedenis van het symbolisme in de jaren 1900- 1910. Dat symbolisme manifesteerde zich in gedichten, maar ook in de talrijke literaire groepjes die ontstonden. Een tweede hoogtepunt in het boek is de beschrijving van de commune in het huis van Vjatseslav Ivanov, dat De Toren werd genoemd en waar Bjely vijf weken logeerde. Zijn karakterisering van Ivanov, die met Bjely en Blok tot de tweede generatie symbolisten behoorde, is na die van Blok het meest uitvoerig. Ivanov bewonderde ook het proza van Bjely, met name de romans ‘De zilveren Duif’ en Petersburg. Dat laatste boek was door Valeri Brjoesov, die tot de eerste generatie symbolisten behoorde, afgewezen voor het blad Roeskaja Mysl. De titel was oorspronkelijk ‘De gelakte koets’, maar Ivanov zei dat de stad Petersburg de werkelijke hoofdpersoon was en dat het boek daarom ook zo moest heten.

Blok vertoonde zich niet in De Toren, wel vond er op zijn initiatief een ontmoeting met Bjely plaats in een achteraf gelegen kroegje.

Het boek beschrijft dus de geschiedenis van het symbolisme in Rusland, maar zelf is het geen symbolistisch werk, daarvoor is het te precies in zijn beschrijvingen. Bjely noemt bijvoorbeeld erg veel namen in het boek, bij iedere bijeenkomst waar hij aanwezig is vermeldt hij de namen van alle deelnemers. Ook in zijn beschrijving van het uiterlijk en de kleding van de personen is hij erg precies, vooral in de gelaatskleur van Blok, die iedere keer dat hij hem ziet weer anders is. ‘Herinneringen aan Blok’ is het werk van een gerijpt schrijver, die na de dood van Blok in 1921 terugkijkt op hun relatie, hier de balans van opmaakt.




<

TSL 98

>