Natalka Snjadanko



Krimsonnetten1



Natalka Snjadanko (Lviv, 1973) is journaliste en vertaalster van Duitse, Poolse en Russische literatuur. Haar doorbraak als prozaschrijfster kwam in 2001 dankzij de roman ‘Een collectie van hartstochten’ (Kolektsija pristrastej). Sindsdien publiceerde ze twee romans, waarvan de laatste – ‘Tijm in melk’ (Tsjebrets oe molotsi) – vorig jaar verscheen, en verder één verhalenbundel, ‘Uitverkoop van blondines’ (Sezonny rozprodazj blondynok, 2005). In het laatstgenoemde boek bevindt zich een amusante cyclus van prozastukjes met de titel ‘Krimsonnetten’ (Krymski sonety).

Twee van deze ‘sonnetten’ publiceren we hier in vertaling. Een jonge Oekraïense vertelt over haar vakantie-ervaringen in de grotendeels Russischtalige Krim.

erotisch sonnet



‘A ty, navjerno, sa Lvova,’2 veronderstelde de taxichauffeur, terwijl we, steeds sneller rijdend, de straatjes in de buurt van het station verlieten. Het was er een wirwar van allerlei transportmiddelen.

‘Inderdaad, ja.’

‘A ja tozje rodom attoeda. S Chmjelnitskava.’3

We praatten nog enige tijd over het onderwerp ‘de Oekraïense taal op de Krim’, maar tot een constructieve methode voor de oplossing van het probleem kwamen we niet.

‘A ty zamoezjem?’ vroeg de taxichauffeur opnieuw, na een pauze in het gesprek. ‘A to ja smatrjoe, bjez abroetsjalki i sama na otdychje. Mozje, tsjem pomotsj smagoe.’4

Hij trok handig zijn solide buikje in onder zijn witte T-shirt met het opschrift ‘Sport’, en probeerde zijn handen zo op het stuur te houden dat zijn eigen ‘abroetsjalka’,5 die strak om zijn dikke vinger gekneld zat, niet zichtbaar was.

‘Mene Kostja zvatj, a tebe?’6

Ik begon al spijt te hebben van mijn onbereidheid om mijn zware koffer nog tweehonderd meter verder te dragen en dacht aan fragmenten van een misdaadbericht in de krant: ‘Op 27 augustus om 18u23 plaatselijke tijd heeft op het terrein van een bosachtige aanplanting een inwoner van het dorp Piddoebne een inwoonster van het dorp Lipniki driemaal gedwongen tot geslachtsgemeenschap op onnatuurlijke wijze, waarna hij spoorloos verdween, en daarbij aanleiding gaf tot een zwaar psychologisch trauma bij het slachtoffer, en ook tot een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Het onderzoek in de zaak is nog aan de gang. Alle mannen uit Chmelnitski worden verdacht. Artsen menen dat de oorzaak van de meeste van de verkrachtingen te zoeken is bij een tekort aan moederliefde in de kindertijd van de man.’

‘Er wacht iemand op mij in het vakantiedorp,’ – ik probeerde uit alle macht niet te denken aan wat daar bij hen in Chmelnitski gebeurde op het vlak van de moederliefde, in welke mate mijn reisgenoot behoorde tot de categorie die ervan gespeend was, en welke graad van lichamelijk letsel ik nu mocht verwachten. Zoals te verwachten glimlachte hij meteen sceptisch en hij zei: ‘We kennen al die verhaaltjes. Een man die zijn vrouw alleen laat reizen met zo’n flinke reistas en die haar zelfs niet ophaalt aan het station,’ waarna hij me een van zijn L&M’s uit een verkreukeld pakje aanbood, vettig lachte en zijn arm om mijn schouders legde. We verlieten de stad. Als ik geluk heb, brengt hij me, wanneer alles achter de rug is, toch nog naar Mikolaïvka, en misschien weigert hij zelfs de vijftien grivna die ik hem verschuldigd ben.

En als ik geen geluk heb, dan zal ik de volgende taxi nemen, zonder een kopeke op zak, zonder zware tas en zonder de kledingstukken die in de loop van het gevecht gescheurd zijn.

‘A tak by i skazala srazoe,’7 teleurgesteld liet hij zijn stevig buikje opnieuw in de schoot van zijn witte T-shirt zakken. Hij stak een van zijn L&M’s aan en de radio begon te spelen. De rest van de rit zwegen we.


culinair sonnet


Als u ’s morgens om 7 uur wakker wordt om het ontbijt in de eetzaal niet te missen, als u een douche neemt, waarbij u zich over het toilet in de kleine badkamer buigt en in plaats van de gebruikelijke sanitaire accessoires alleen een rubberen slang vasthoudt die van tijd tot tijd doormidden scheurt, zodat de waterstraal plots op een volkomen onverwachte plaats tevoorschijn komt, als u pas na de derde poging de haveloze deur van uw driesterrenkamer op slot krijgt, als u op uw verdieping langs de conciërge loopt, die in een kookboek verdiept is, hem ‘Dobroho rankoe’8 zegt, terwijl u zichzelf in gedachten corrigeert – ‘Dobraje oetra’,9 dan betekent dit dat u uw zomervakantie op de Krim doorbrengt.

Eigenlijk had u voor hetzelfde geld kunnen logeren in een echte driesterrenkamer in Turkije of Montenegro, met een zwembad onder het raam en met volledig ‘all inclusive’ wat de catering betreft. Of in een viersterrenkamer in Bulgarije, waar u naar restaurants zou gaan zonder u iets te hoeven ontzeggen. En met wat geluk zou u zelfs een vliegtuigvakantie in Egypte kunnen boeken. Om nog te zwijgen over de Sjatski-meren. Maar in wezen gaat het daar niet om. Er bestaat een categorie mensen die, ondanks alles, steeds weer naar de Krim met vakantie gaat, wat ze motiveren met een zinnetje dat duidelijk maakt dat ze in feite geen goede reden hebben: ‘De natuur is er mooier’. Nu goed, laat de natuur daar mooier zijn. Overigens, voor de bevolking van de Krim, die het ganse jaar zal leven van wat ze aan de zomertoeristen verdient, is zo’n onbewust fanatisme zeer voordelig. En ze doet alles om het in stand te houden. Temeer omdat er in dit geval niets gedaan hoeft te worden: blijf gewoon zitten waar je zit en drijf elk jaar de prijzen van de kamertjes op. De leefomstandigheden en de bediening verbeteren, is niet echt iets wat hier de gewoonte is. Misschien is het zo’n gril van rijke toeristen, die intuïtief werd aangevoeld door de Krimbewoners, die er meteen een ‘trend’ van maakten.

U neemt de trap van de vierde verdieping naar beneden, gaat op in de nog half slapende menigte die toestroomt uit de eerste- en tweedeklassekamers en uit de gewone kamers – aan de leefomstandigheden in die laatste durft een mens zelfs niet te denken – en stevent op de eetzaal af. Slaapdronken als u nog steeds bent, begaat u hier opnieuw een aantal tactische vergissingen, door zich in onbegrijpelijke woorden tot uw buren te richten: ‘Smakelijk! Dank u! Kunt u mij alstublieft een vork doorgeven.’ De buren, die nog niet aan uw exotische natuur gewend zijn, kijken u aan met een slaperige, wantrouwige blik en roepen u welwillend een ‘Izvinitje, ne ponjal’10 toe. Daarna verdiepen ze zich opnieuw in hun meditatie boven een bord ontbijtpap.

Deze welwillendheid, die blijkbaar aan ochtendvermoeidheid is toe te schrijven, dreigt in de loop van de dag om te slaan in een gezondere reactie: ‘Tsjevo, tsjevo? Da ne ponjal ja vasjeva banderavskava jazyka. Perevodtsjika privozitje’11 – wat u te horen kunt krijgen wanneer u in het postkantoor nietsvermoedend vraagt ‘Kan ik hier telefoneren?’, of in een café ‘Heeft u koffie?’ Ik heb het maar niet over wat u op de markt te wachten staat, indien u daar de lust bekruipt om iets te ‘proeven’ in plaats van ‘poprobovatj’.12 Maar zelfs zo’n antwoord is nog niet het ergste. Ze zouden je ook gewoon een klap voor je kop kunnen geven.

Maar laten we terugkeren naar het ontbijt. Wat er ook van zij, de keuken van de tegenwoordige vakbondssanatoria valt moeilijk te vergelijken met datgene wat af en toe naar boven komt uit de halfvergane herinneringen aan een verre kindertijd. Toen vormde een dergelijke vorm van vakantie het enige alternatief voor wildkamperen in tenten en waren toeristische vouchers algemeen toegankelijk, niet alleen wat de prijs aangaat. De vouchers waren welhaast grondwettelijk gegarandeerd, zoals het recht op werk, op vakantie, onderwijs en gezondheidszorg. Over het aanzicht van de lakens, de handdoeken, de toiletten en van de personeelsleden van deze kuuroases herinneren slechts weinigen zich vandaag nog iets, en dat is maar goed ook. De catering bestond uit koude macaroni, griesmeelpap en koteletten met de bijsmaak van steppengras. Iedereen was overal aan gewend en niemand die zich vragen stelde, of er zelfs nog maar op hoopte dat het ooit misschien beter zou worden. Maar het wonder geschiedde. Natuurlijk kan men op grond van een hele reeks kenmerken denken dat de huidige pensions op de Krim en de toenmalige pensions op de Krim in feite precies dezelfde pensions zijn. Hetzelfde beddengoed, bijvoorbeeld, dezelfde vorken in de eetzaal, die het ooit begaven bij de eerste gebruikspoging op een kotelet, en die het nu niet meer begeven, maar niet omdat ze steviger zouden geworden zijn. Of netter. Men is op een gegeven ogenblik gewoon meer vlees aan de koteletten gaan toevoegen. En het beddengoed is men vaker en grondiger gaan wassen. En die inspanningen zijn merkbaar. Al was het maar aan de hoeveelheid stof die in de lucht hangt, nadat men het matje dat naast uw bed ligt, heeft uitgeklopt tegen de afvalcontainer.

Het enige wat in geen enkel opzicht herinnert aan de tijd van toen, is de catering. Beeldt u zich het ontbijt in om acht uur ’s morgens. Eerst serveert men u hete, onaangebrande griesmeelpap met melk, en zodra u die op heeft, brengt men een portie hete aardappelpuree met drie koteletten en rodebietensla en giet men een dampende vloeistof in uw kopje, die best een aangename smaak heeft, al valt moeilijk uit te maken of het koffie dan wel thee is. Vervolgens brengt men een grote reep chocolade, een portie yoghurt en een bord met appelen. Het laatstgenoemde kunt u meenemen. Kan u het zich niet voorstellen? Dan begrijp ik u wel.

Maar zo is het in werkelijkheid. Wanneer u om 13 uur komt lunchen, vreest u de koude macaroni niet al te zeer meer, want u heeft noch de yoghurt, noch de chocolade of de appelen verteerd. Uw verbazing kent geen grenzen wanneer u op tafel een smakelijke borsjtsj ziet, een portie boekweit met gestoofd vlees, een slaatje van verse groenten, een ijsje, een flesje bier en druiven.

Tegen het avondmaal bent u nog steeds niet bekomen. En zelfs na het avondmaal kunt u nog steeds niet geloven dat u net drie gevulde paprika’s en een aanzienlijk stuk kwarktaart met rozijnen, overgoten met honing, hebt gegeten, en dat u van de meloen hebt geproefd en verder nog een portie yoghurt en een vers vanillegebakje hebt meegenomen.

De eerste dagen bent u nog altijd wat bang dat de tijd van de koude macaroni zo weer zal aanbreken, nog later wacht u al bijna op die tijd, terwijl u met nostalgie terugdenkt aan de koelkast waarin de voorraad yoghurtjes, bier, fruit en chocolade steeds groter wordt, en waaruit niemand iets probeert te jatten, hoewel het de enige koelkast voor de hele verdieping is. Zelf bent u niet in staat om nog een kruimel naar binnen te krijgen, nadat u iets minder dan de helft van het ontbijt, de lunch en het avondmaal hebt verorberd. Ik zwijg maar over uw plannen om zuidelijke zoetigheden of vruchten te proberen, of gedroogde vis met bier.
U bent bereid om de venters van al dat lekkers te vermoorden, wanneer ze een voor een op het strand al schreeuwend voorbijlopen: ‘Karaïmskije tsjeboerjeki! Baklava mjedovaja, kto zjelajet! Piva, krjevjetki! Marozjenaje, krasvordy! Svjezjije boelatsjki s natsjinkaj!’,13 maar het valt u zelfs zwaar een ooglid op te tillen en vermoeid verteert u onder de overvloedige zon van de Krim eerst het ontbijt, dan de lunch, het vieruurtje… Zelfs zich voortbewegen in de koele, zuivere (!) en kalme zee vereist van u bijkomende wilskracht. U rust uit. En wat was dat daar over de natuur? Nu even niet.

Vertaling Erwin Debaere





1 Uit: Natalka Snjadanko, Sezonny rozprodazj blondynok. Lileja-NV, Ivano-Frankivsk 2005.

2 Dit personage spreekt de meeste tijd een met oekraïnismen doorspekt Russisch, dat door de auteur fonetisch is weergegeven in het Oekraïens. ‘En jij bent waarschijnlijk van Lviv’.

3 ‘En ik ben ook van daar afkomstig. Van Chmelnitski.’

4 ‘En ben je getrouwd? Je draagt namelijk geen trouwring, zie ik, en je bent alleen op reis. Misschien dat ik ergens mee kan helpen.’

5 ‘Trouwring’ (Russ.).

6 ‘Ik heet Kostja, en jij?’

7 ‘Had dat dan meteen gezegd’.

8 ‘Goedemorgen’ (Oekr.).

9 ‘Goedemorgen’ (Russ.).

10 ‘Excuseer, ik begrijp u niet’ (Russ.).

11 ‘Wat zeg je daar? Ik begrijp jouw Bandera-taaltje niet, hoor. Breng een tolk mee de volgende keer’ (Russ.). De Banderovtsy was een beweging van gewapende Oekraïense nationalisten. De term wordt door Russischtaligen gebruikt als scheldwoord voor de Oekraïenstalige bevolking in West-Oekraïne.

12 ‘Proeven’ (Russisch).

13 ‘Karaïmische tsjeboerjeki! Baklava met honing, wie wil er wat! Bier, garnalen! Roomijs, kruiswoordraadsels! Verse gevulde broodjes!’ (Russ.)





<   

TSL 49

   >